DAG 19
Vandaag ging ik naar de Borobudur tempel, de grootste boeddhistische tempel ter wereld en onderdeel van UNESCO erfgoed. Noa sloeg dit voormalig wereldwonder over om te shoppen. Met de Grab was het een uurtje rijden. Wafung, de taxichauffeur, was een gezellige meneer die alles wilde weten over Nederland. Zo kwamen de nationale feestdagen als het Nederlands belastingstelsel als gesprekstof aan bod. Bij de tempel zelf moest je eerst inchecken. In een soort wachtkamer dat je ook bij de gemeente hebt, kon je een nummer trekken waarna je werd opgeroepen en een armbandje kreeg met daarop je ticket. Daarnaast moest je speciale slippers dragen om verdere erosie van de tempel tegen te gaan en deze mocht je houden als souvenir. Nog even de controle door waarbij ik mijn geliefde appel en onigiri moest afgeven 🙁
(die kreeg ik later wel terug)
Samen met tourguide Danny beklommen we de 9 levels van de Borobudur (de 10e werd slechts 1x per jaar geopend voor een speciale ceremonie). In elk stukje steen was iets gehouwen wat een onderdeel van het boeddhisme representeerde. Het was teveel om zonder achtergrondkennis te kunnen begrijpen, maar Danny lichtte wel paar interessante aspecten uit zoals de symboliek van het getal zeven en de verschillende posities van de Boeddha (meditatie, bescherming, en charity). Mijn favoriete was de steen met het verhaal over de vegetarische leeuw. De leeuw was de koning van de jungle en jaagde op alle andere dieren die daar niet heel gelukkig van werden. Toen een bot van een prooi vast bleef zitten in de bek van de leeuw, wilde een vogel hem wel helpen op één voorwaarde: dat hij zou stoppen met het jagen op andere dieren en dus voortaan vegetariër zou zijn. De leeuw ging akkoord. Op level 9 stonden de bekende stupa’s in een cirkel (om zo het einde van het lijden te representeren). Hoewel ik de tempel mooi vond had ik ‘m toch wat groter verwacht en nog even langer zelfstandig rond willen lopen. Maar aangezien alles gereguleerd via tours ging, was dat helaas geen mogelijkheid.
Wafung bracht mij weer terug naar de stad. Daar dronken Noa en ik een hele lekkere cappuccino bij een leuk koffietentje die Aulia had aangeraden. Noa liet ondertussen haar velen aanwinsten zien. Ik ging even terug naar het hostel om van broek te wisselen, terwijl Noa weer een pilates lesje deed. We ontmoetten elkaar die avond weer in een winkelstraat, waar het zowaar gezellig en beloopbaar was. Een stukje verderop was er streetfood en aten we een pizza en paar sateetjes. Daarna gingen we op zoek naar rendang. Dat bleek een onmogelijke missie. De velen tentjes die Google Maps ons aanraadde, bleken niet te bestaan. De avond werd dan ook met lichte teleurstelling afgesloten bij één van Indonesië’s andere culinaire hoogstandjes: de Burger King. Hopelijk morgen beter…
0 Comments